Euthanasie

Samen sterven uit liefde: een pleidooi voor het gesprek over partner-euthanasie

Door Mary Anne

De euthanasiewetgeving in Nederland is zorgvuldig opgebouwd rond het begrip ondraaglijk en uitzichtloos lijden. In de praktijk wordt dat lijden vrijwel uitsluitend medisch ingevuld. Dat is begrijpelijk, maar ook beperkt. Want niet al het ondraaglijke lijden laat zich vangen in diagnoses, scans of prognoses. Zeker bij ouderen bestaat lijden vaak uit verlies: van de partner, van autonomie, van toekomstperspectief.

Wanneer een ernstig zieke partner het levenseinde nadert, wordt doorgaans een zorgvuldig palliatief traject ingezet. Dat is een groot goed. Maar wat zelden wordt besproken, is wat er gebeurt met de partner die achterblijft. Na een lange tijd van samenzijn — twintig, dertig, veertig jaar of meer — valt het leven plots in tweeën. Wat resteert, is niet alleen rouw, maar vaak ook lichamelijke kwetsbaarheid, afhankelijkheid van zorg en een toekomst die voor velen leeg en angstaanjagend is.

Een voorbeeld dat velen heeft geraakt, is de gezamenlijke euthanasie van voormalig minister-president Dries van Agt en zijn vrouw. Zij waren beiden ernstig ziek en konden binnen de huidige wetgeving samen, in rust en verbondenheid, afscheid nemen. Het was een liefdevolle keuze, gedragen door zorgvuldigheid en wederzijds respect. Juist dit voorbeeld maakt echter zichtbaar dat deze mogelijkheid alleen bestaat wanneer beide partners aantoonbaar medisch lijden.

Voor de partner die alleen achterblijft, bestaat die ruimte niet. Terwijl ook hier sprake kan zijn van ondraaglijk lijden — existentieel, relationeel en sociaal. Het vooruitzicht is vaak een langzaam aftakelend lichaam, verlies van zelfstandigheid en een groeiende afhankelijkheid van steeds wisselende zorgverleners. Eenzaamheid ligt voortdurend op de loer. Voor sommige mensen is dit geen leven meer dat zij als waardig ervaren.

Wanneer deze partner het leven uiteindelijk niet meer aankan, rest vaak slechts een harde uitweg: stoppen met eten en drinken. Een proces dat dagen tot weken kan duren en zowel voor de betrokkene als voor naasten zwaar en pijnlijk is. Dat roept de vraag op hoe humaan onze wetgeving werkelijk is, als zij deze route feitelijk accepteert, maar een zorgvuldige, begeleide keuze bij voorbaat uitsluit.

Het pleidooi voor partner-euthanasie is geen pleidooi voor gemakzucht of maatschappelijke druk. Integendeel. Het vraagt om strenge waarborgen, vrijwilligheid, wilsbekwaamheid en een grondige toetsing. Daarbij is het belangrijk te erkennen dat de grootste twijfel vaak bij de huisarts en euthanasie-arts zal liggen: zij zijn degenen die de euthanasie daadwerkelijk moeten uitvoeren en hebben de verantwoordelijkheid om zorgvuldig en terughoudend te toetsen of aan alle voorwaarden is voldaan. Hun rol is cruciaal; zij bepalen uiteindelijk of een dergelijk traject ethisch en medisch verantwoord kan worden. Het gesprek met de arts is daarom onmisbaar en verdient evenveel aandacht als de persoonlijke overwegingen van de partners zelf.

Autonomie betekent niet alleen het recht om te blijven leven, maar ook het recht om het leven los te laten wanneer het zijn betekenis heeft verloren. Voor sommige stellen hoort dat loslaten bij elkaar. Niet uit wanhoop, maar uit liefde.

Voor veel mensen, ook vanuit een religieuze of levensbeschouwelijke traditie, heeft het leven een intrinsieke waarde die bescherming verdient. Dat uitgangspunt verdient respect. Tegelijkertijd roept de realiteit van ouderdom, verlies en eenzaamheid vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn met vaste regels. Juist daar, waar liefde en verantwoordelijkheid samenkomen, ontstaat de morele spanning die om een open gesprek vraagt.

Geplaatst in Trouw d.d. 24-01-2026

WordPress Lightbox